Logo NHC
Nederlandse Herdershonden Club

Vereniging huishoudelijk reglement NHC

Huishoudelijk reglement

Artikel 1

1. Door het bestuur worden naast de dagelijkse bestuursfuncties de navolgende overige functies/werkzaamheden vervuld:
a. kringgroepen
b. africhting
c. public relations
d. pupinformatie
e. fokbeleid
Deze functies/werkzaamheden worden in onderling overleg verdeeld over de bestuursleden; een bestuurslid niet behorend tot het dagelijks bestuur kan meer dan een van deze functies vervullen.

2. Onder leden worden verstaan al degenen genoemd onder artikel 3a tot en met 3d van de statuten.

Artikel 2

Met belangrijke organisatiedelen, zoals genoemd in de statuten artikel 6 lid 1 worden bedoeld:
a. fokkerijcommissie
b. kringgroepen
c. redactiecommissie
d. Bij de bestuurssamenstelling/verkiezing moet steeds worden getracht om een vertegenwoordiger van elk dezer organisatiedelen te (doen) benoemen; het dagelijks bestuur komt niet in aanmerking voor deze vertegenwoordiging.

Artikel 3

Van echtparen of samenwonenden kan slechts één van de partners in het bestuur zitting nemen.

Artikel 4

De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur en de leden, regelt de volgorde van behandeling der zaken ter vergadering af te doen en zorgt voor handhaving der statuten en het huishoudelijk reglement. Hij/zij verleent het woord en heeft het recht elke spreker tot de orde te roepen of het woord te ontnemen. Hij/zij ondertekent mede de notulen van alle vergaderingen van bestuur en vereniging.

Artikel 5

1. De secretaris voert de correspondentie van de vereniging, waarvan hij/zij kopie houdt; alle uitgaande stukken van de vereniging worden door hem/haar getekend. Hij/zij maakt notulen van de vergaderingen en houdt deze bij in een afzonderlijk daartoe bestemd boek. De notulen worden mede door hem/haar ondertekend. Hij/zij houdt een presentielijst bij van de op de vergadering verschenen leden alsmede een presentielijst van op de vergadering verschenen niet-stemgerechtigde leden en introducé’s. Ieder van de op de vergadering aanwezige leden en introducé’s is verplicht de voor hem/haar gelden presentielijst te tekenen.

2. De secretaris zorgt voor alle oproepingen voor de bestuurs- en ledenvergaderingen

3. Jaarlijks maakt hij/zij een verslag over de toestand van de vereniging; dit verslag wordt na goedkeuring door het bestuur in de jaarlijkse algemene ledenvergadering aan de orde gesteld.

Artikel 6

1. De penningmeester is verantwoordelijk voor de onder zijn/haar berustende geldmiddelen der vereniging. Hij/zij ondertekent de kwitanties. De invordering der contributie is aan hem/haar opgedragen.

2. Voor het doen van uitgaven de som van duizend gulden te boven gaand en voor het aangaan van verbintenissen, die de vereniging voor een bedrag boven genoemde som te boven gaand kunnen verbinden, behoeft hij/zij de toestemming van het bestuur. Het bestuur kan toestemming verlenen tot een bedrag van vijfentwintighonderd gulden. Boven dit bedrag heeft hij/zij de toestemming van de Algemene Ledenvergadering nodig.

3. Hij/zij is belast met het bijhouden van de boekhouding.

4. Op de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering legt hij/zij rekening en verantwoording af onder overlegging van bijlage(n) over de ontvangsten en uitgaven van het afgelopen verenigingsjaar. Tijdig voorafgaand aan de jaarvergadering biedt hij/zij een overzicht aan over de uitgaven en ontvangsten in het afgelopen verenigingsjaar. Rekening en verantwoording met bijlagen en kasbewijzen, vooraf onderworpen aan een onderzoek door een daartoe aan te wijzen commissie van drie niet-bestuursleden en een reserve, wordt door goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering beschouwd als decharge van het beheer voor de penningmeester over het afgelopen verenigingsjaar.

Artikel 7

Bestuursleden en andere functionarissen zijn verplicht om bij het beëindigen van hun functie de onder hun berusting zijnde verenigingsstukken aan het bestuur over te dragen.

Artikel 8

Wanneer iemand als lid is aangenomen of als donateur is toegelaten, wordt hiervan kennis gegeven in het cluborgaan.

Artikel 9

Zij, die na 1 juli het lidmaatschap aangaan, betalen voor het lopende verenigingsjaar de helft van de per categorie vastgestelde contributie. De contributiebedragen worden jaarlijks tijdens de jaarvergadering vastgesteld.

Artikel 10

Bij royement wordt bepaald of publicatie in de daarvoor in aanmerking komende kynologische bladen al dan niet zal geschieden. Elk royement dient binnen 8 dagen aan de Raad van Beheer te worden gemeld onder opgave van reden.

Artikel 11

De bestuursvergaderingen worden gehouden op een plaats en tijdstip door de voorzitter te bepalen.

Artikel 12

De jaarvergadering wordt gehouden op een plaats door de algemene ledenvergadering bepaald op voorstel van de voorzitter.

Artikel 13

De clubmatch wordt gehouden op een plaats en in een maand vastgesteld door de algemene ledenvergadering eveneens op voorstel van de voorzitter.

Artikel 14

1. Van alle te houden ledenvergaderingen geeft het bestuur tijdig kennis met opgave der voorlopige agendapunten. Indien geen dringende noodzaak aanwezig is, kan e.e.a. via het clubblad geschieden; in andere gevallen dienen de leden per brief te worden geïnformeerd; het bestuur dient de leden uit te nodigen punten/voorstellen voor de agenda van de te houden vergadering in te dienen.

2. Leden hebben te allen tijde het recht voorstellen op de agenda te plaatsen; deze voorstellen dienen binnen een door het bestuur te stellen termijn te worden ingediend, opdat het bestuur alle leden tijdig de definitieve agenda van de vergadering kan doen toekomen.

3. In spoedgevallen kan het bestuur met verontachtzaming van het voorgaande doch wel met vermelding van agenda een vergadering beleggen.

Artikel 15

Op voorstellen niet op de agenda vermeld kunnen geen beslissingen worden genomen.

Artikel 16

Elk lid, gezinslid of erelid heeft het recht, staande de vergadering voorstellen of moties in te dienen.

Voorstellen worden na toelichting van de voorsteller op de agenda van de volgende vergadering geplaatst, mits de vergadering zich hiervoor verklaart; een motie is een uitnodiging van één of meer leden van de ledenvergadering tot het uitspreken van een in die motie neergelegd oordeel; moties dienen behandeld te worden bij het agendapunt waarop zij betrekking hebben¸doch kunnen indien zo een geval zich niet voordoet ook bij de rondvraag aan de orde komen; aangenomen moties een voorstel inhoudend, worden op dezelfde wijze behandeld als voorstellen ter vergadering gebracht.

Artikel 17

Leden hebben het recht van introductie voor vergaderingen en bijeenkomsten na goedkeuring van de voorzitter, die beperkingen kan stellen voor wat betreft aantal per lid en per verenigingsjaar; het introducerend lid en introducé’s tekenen de daartoe bestemde presentielijst.

Artikel 18

Aan de leden van bestuur en commissies kan op voorstel van het bestuur een tegemoetkoming in kosten worden toegekend door de algemene ledenvergadering; indien nodig zal op de jaarvergadering bijstelling in de bedragen plaatsvinden.

Artikel 19

1. Leden van de Nederlandse Herdershonden Club kunnen zich plaatselijk of regionaal verenigen in NHC-Kringgroepen.

2. Voor de oprichting dient een kringgroep door het NHC-bestuur te worden erkend.

3. Een kringgroep heeft de status van een vereniging en is als zodanig zelfstandig.

4. De regels van een kringgroep worden vervat in een door de NHC uit te geven Vademecum.

5. Het bestuur van een kringgroep is terzake verantwoording verschuldigd aan het NHC-bestuur.

6. Het Vademecum wordt niet als subreglement in het huishoudelijke reglement opgenomen.

7. Statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van een kringgroep mogen geen bepalingen
bevatten die strijdig zijn met de NHC-statuten en de daarbij behorende (sub)reglementen.

Artikel 20

Het bestuur van de NHC vergadert tenminste één keer per jaar met de kringgroepbesturen.

Artikel 21

Onder de naam ‘NEDERLANDSE HERDERSHONDEN CLUB’ geeft de vereniging een periodiek verschijnend orgaan uit; de algemene ledenvergadering belast een permanente commissie met de zorg voor dit verenigingsblad.

SLOTARTIKEL

Tot wijziging/aanvulling van dit reglement kan alleen worden besloten in een algemene ledenvergadering met tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij enig geschil hieromtrent beslist de algemene ledenvergadering, in spoedeisende gevallen het bestuur.

SUBREGLEMENT A

VERHOUDING BESTUUR – COMMISSIES

Artikel 1

De algemene ledenvergadering benoemt de leden van de permanente commissies op voordracht van het bestuur; deze benoeming geschiedt zo mogelijk in overleg met de betreffende commissies. De leden van een permanente commissie treden af volgens een door de commissie op te stellen rooster na 3 jaar en zijn dan herkiesbaar. De leden van de tijdelijke commissies worden door het bestuur benoemd.

Artikel 2

In een tijdelijke commissie heeft een bestuursvertegenwoordiger zitting, die bij afwezigheid wordt vervangen door een plaatsvervanger, zijn taak is mede een trait-d’union te zijn tussen bestuur en betreffende commissie.

Artikel 3

Elke permanente commissie heeft een voorzitter en een secretaris; de secretaris verslaat de commissievergadering en stuurt zonodig een afschrift aan het bestuur.

Artikel 4

Het bestuur stelt zonodig jaarlijks een budget vast naar aanleiding van een door elke commissie ingediende begroting.

Artikel 5

Elke permanente commissie dient ten behoeve van de jaarvergadering een summier verslag in over het afgelopen verenigingsjaar; dit bevat tevens een prognose voor het komend jaar. Deze indiening vindt op een zodanig tijdstip plaats, dat opname in het clubblad voorafgaande aan de jaarvergadering mogelijk is.

Artikel 6

Het bestuur vergadert tenminste eenmaal per jaar met de permanente commissies.

Artikel 7

Het bestuur en de commissies worden geacht elkaar wederzijds relevante post toe te zenden.

Artikel 8

Dit subreglement heeft geen betrekking op de geschillencommissie.

SUBREGLEMENT B GESCHILLENCOMMISSIE

Artikel 1

De geschillencommissie bedoeld in artikel 10 van de statuten bestaat uit drie leden; de geschillencommissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.

Artikel 2
De leden van de geschillencommissie worden benoemd en ontslagen door de algemene ledenvergadering op aanbeveling van hetzij de commissie zelf, hetzij het bestuur, tenzij op voorstel van een groep van tenminste twintig leden. Een benoeming geldt voor de tijd van ten hoogste drie jaar. Zij treden af volgens een door de commissie op te stellen rooster en zijn na hun aftreden herkiesbaar.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak:

a. te bemiddelen in geschillen ontstaan binnen de vereniging tussen haar leden en organen, alsmede tussen organen van de vereniging onderling. Onder organen wordt verstaan: bestuur van de vereniging, commissie, kringgroep e.d.

b. te adviseren in gevallen, waarin besluitvorming ingevolge statuten of huishoudelijk reglement is voorbehouden aan de algemene ledenvergadering.

Artikel 4

De commissie oefent haar taak slechts uit, indien haar dit door een belanghebbende schriftelijk en gemotiveerd is verzocht. Indien een commissielid als partij of anderszins betrokken is bij een te behandelen geschil of te verlenen advies, treedt deze terug.

In haar/zijn tijdelijke vervanging wordt alsdan voorzien door het NHC-bestuur.

Artikel 5

Indien haar bemiddeling is verzocht, bepaalt de commissie of de verzoeker belanghebbende is en of een geschil aanwezig is; zij doet van haar oordeel zo spoedig mogelijk te dien zake schriftelijk mededeling aan betrokkene. Van geschillen binnen een kringgroep, die geen direct kynologisch belang aangaan, neemt de commissie geen kennis.

Artikel 6

Indien het bestuur geen partij is in het geschil, doet de commissie onverwijld mededeling aan het bestuur van haar handelen op grond van artikel 5.

Artikel 7

Indien de bemiddeling van de geschillencommissie niet binnen drie maanden nadat daarom werd verzocht heeft geleid tot beëindiging van het geschil, geeft de commissie binnen een maand daarna schriftelijk haar oordeel en doet dit aan de betrokkenen toekomen, waarvan afschrift aan het bestuur, indien het bestuur geen partij is.

Artikel 8

De leden en de organen van de vereniging verlenen de commissie desgewenst alle medewerking, die zij voor de uitoefening van haar taak verlangt.

Artikel 9

Het oordeel van de commissie is steeds gebaseerd op besluiten genomen met algemene stemmen (unaniem) in een vergadering, waarin tenminste twee van haar leden, waaronder de voorzitter aanwezig zijn.

Artikel 10

Indien de geschillencommissie dit nodig acht, kan zij ongevraagd haar mening omtrent door haar (on)gewenste zaken of toestanden in de vereniging aan het bestuur kenbaar maken.

Artikel 11

Procedure te volgen door de geschillencommissie:

1. Beroep of geschil wordt schriftelijk ingesteld/voorgelegd aan de commissie

2. De commissie beraadt zich of zij bevoegd is en bericht dit aan belanghebbende(n).

3. Zij hoort partijen.

4. De commissie stuurt in beroepszaken schriftelijk advies naar de algemene ledenvergadering door tussenkomst van het bestuur en in afschrift aan de belanghebbende(n).

5. Bij geschillen volgt de commissie de procedure genoemd in artikel 7

6. Alle door de commissie gevoerde procedures worden schriftelijk vastgelegd.

SUBREGLEMENT C

REDACTIECOMMISSIE

Artikel 1

De Nederlandse Herdershonden Club geeft overeenkomstig het gestelde in het huishoudelijk reglement een blad uit ter bevordering van de communicatie intern en extern en t.b.v. de voorlichting; het blad is het officiële orgaan van de vereniging. Het verschijnt in een door de algemene ledenvergadering te bepalen frequentie en wordt gratis toegezonden aan alle leden en donateurs van de vereniging en een aantal externe relaties.

Artikel 2

Het bestuur heeft de eindverantwoording voor het blad.

Artikel 3

De redactie draagt zorg, dat zij in haar werkzaamheden niet in tegenspraak komt met de doelstellingen c.q. het beleid van de vereniging.

Artikel 4

De redactie werkt volgens de journalistieke beginselen van onafhankelijkheid in commentaren, selectie, betrouwbaarheid en deskundigheid in berichtgeving.

Artikel 5

Het blad dient de bevordering van interne en externe communicatie o.a. door;

a. het uitdragen van het beleid van de vereniging naar leden en derden;

b. het bekendmaken van beleidsstandpunten der vereniging;

c. adequate berichtgeving inzake relevante activiteiten der vereniging;

d. discussiemogelijkheden te scheppen ten aanzien van relevante onderwerpen;

e. de leden in het belang van het ras en de vereniging gelegenheid te geven tot publicatie van meningen en opvattingen.

Artikel 6

Als clubtijdschrift dient het blad de in de statuten genoemde doelstellingen o.a.door:

a. toedeling van ruimte voor artikelen met een voorlichtend, informatief of ontspannend karakter;

b. het overbrengen van informatie aan de lezers/leden van ter zake doende feiten en ontwikkelingen op het terrein van het ras in de ruimste zin.

Artikel 7

De redactie is verantwoording schuldig aan het bestuur en de algemene ledenvergadering.

Artikel 8

De redactie heeft het recht met toestemming van de inzender om reden van redactionele aard, ingezonden kopij zonodig te herschrijven of in te korten. De redactie beslist over plaatsing van ingezonden kopij en advertenties.

Artikel 9

De redactie zendt geweigerde kopij terug onder opgave van reden.

Artikel 10

De redactie adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd over aangelegenheden het blad betreffende.

Artikel 11

De redactie vergadert naar behoeven.

Artikel 12

De redactie bestaat uit tenminste drie personen.

Artikel 13

In het colofoon voor in het blad staan de namen van de redactiecommissie vermeld.

Artikel 14

Onder niet-redactionele stukken vindt naamsvermelding plaats; bij stukken afkomstig uit andere periodieken of boeken staat de bron vermeld, hieronder ook te verstaan foto’s, afbeeldingen en vertalingen.

Artikel 15

Het advertentietarief wordt in overleg met het bestuur vastgesteld.

SUBREGLEMENT D

FOKKERIJCOMMISSIE (FC) EN VARIETEITS FOKADVIESCOMMISSIES (FACS).

Artikel 1

De fokkerijcommissie heeft als taak: het formuleren en begeleiden van het fokbeleid van de vereniging.

Artikel 2

De fokkerijcommissie bestaat uit de drie leden van de drie variëteits-fokadviescommissies en een betuurslid alsmede een lid van de vereniging dat belast is met het bijhouden van de Centrale Administratie. De commissie kan zich bij haar taken tijdelijk laten bijstaan door externe
deskundigen

Artikel 3

Een variëteitsfokadviescommissie bestaat uit drie leden.

Artikel 4

Een fac geeft, binnen de betreffende variëteit, fokadviezen aan hen die daarom vragen.

Artikel 5

De FC is een permanente commissie zoals bedoeld in artikel 8 van de statuten en handelt als zodanig volgens het gestelde in subreglement A.

Artikel 6

Leden van een fac dienen geselecteerd te worden op hun kennis van de variëteit of op hun kennis van de fokkerij in het algemeen.

Artikel 7

Minstens een maal per jaar belegt de fac een algemene ledenvergadering betreffende de variëteit, hierna de noemen de variëteitsvergadering.

Artikel 8

De wijze van vergaderen van een variëteitsvergadering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in het huishoudelijk reglement voor de bestuursvergaderingen.

De vergadering kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.

Artikel 9

De variëteitsvergadering is toegankelijk voor bezitters en belangstellenden van de betreffende variëteit.

Artikel 10

Ter vergadering hebben alleen NHC-leden die eigenaar zijn van een hond van de betreffende variëteit stemrecht.

Artikel 11

De fac doet jaarlijks verslag van haar werkzaamheden aan de variëteitsvergadering.

Artikel 12

De leden van een fac worden gekozen door de betreffende variëteitsvergadering en ter benoeming door de ALV aan het NHC-bestuur voorgedragen.

Artikel 13

Van de fac is ieder jaar in volgorde van aanstelling een lid aftredend. De overige leden van de Fokkerij Commissie volgen een apart rooster van aftreden

Artikel 14

Perdiodiek aftredende leden zijn herkiesbaar.

Artikel 15

De variëteitsvergadering draagt vervangende leden ter benoeming voor

Artikel 16
Indien de variëteitsvergadering dit verzuimt te doen, draagt het NHC-bestuur na overleg met de FC de ontbrekende fac-leden ter benoeming voor.

Artikel 17

Bij niet functioneren van een of meer leden van een fac kan het bestuur deze ontslaan, maar niet dan na hoor en wederhoor te hebben toegepast en niet dan na vergadering hierover met de FC. Het ontslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de algemene ledenvergadering.

Artikel 18

Fokadviezen dienen schriftelijk te worden aangevraagd.

Artikel 19

Is vervallen: zie Subreglement E, artikel 4

Artikel 20

Alle fokadviezen worden gerapporteerd aan de FC.

Artikel 21

Een fac kan op eigen initiatief advies uitbrengen over een combinatie als zij daar aanleiding toe ziet.

Artikel 22

Alle fokcombinaties, ook die waarvoor geen advies is gevraagd, dienen bij de fac te worden aangemeld.

Artikel 23

De fokkerijcommissie beheert de centrale fokkerij-administratie (CA).

Artikel 24

Als een combinatie, ondanks een schriftelijk beargumenteerd negatief advies van de fac toch wordt uitgevoerd, kan de fac, als zij dit in het belang acht van het fokbeleid van de vereniging, de combinatie ter sprake brengen in de FC. Deze beoordeelt wat de consequentie van de betreffende combinatie is voor het fokbeleid van de vereniging.

Artikel 25

De FC kan het NHC-bestuur adviseren een negatief advies met redenen omkleed, te vermelden bij de publicatie van de betreffende combinatie in het clubblad. Dit advies wordt aan betrokkenen en het NHC-bestuur schriftelijk meegedeeld.

SUBREGLEMENT E

FOKREGLEMENT EN REGLEMENT VOOR DE PUPINFORMATIE.

Artikel 1

Het fokreglement geeft richtlijnen voor de fokkerij van elk der drie varieteiten van de Hollandse Herdershond. Het fokkerijbeleid wordt door de fokkerijcommissie geformuleerd en begeleid.

Artikel 2

Het fokreglement is bestemd voor alle leden van de NHC.

Artikel 3

Een fac geeft binnen de betreffende variëteit fokadviezen aan hen die hierom vragen.

Artikel 4

Leden van de NHC die willen fokken, kunnen zich voor advies wenden tot de fac van de betreffende variëteit. Fokadviezen dienen schriftelijk te worden aangevraagd en worden schriftelijk gegeven.

Artikel 5

De eigenaar van een teef dient tenminste een maand van tevoren door middel van de daarvoor in de vereniging gangbare formulieren de voorgenomen dekking te melden aan de desbetreffende fac.

Artikel 6

Reu en teef dienen in goed gezondheid te zijn. Zie nieuwe regel

Artikel 7

Het fokkerijbeleid dient gericht te zijn op het stimuleren van de fokkerij met Hollandse Herders met het juiste rastype.

Artikel 8

Het voldoen aan het rastype dient beoordeeld te worden door een bevoegd keurmeester.
Zie nieuwe regel

Artikel 9

Van het gestelde in artikel 8 kan worden afgeweken als de FC dit in het belang acht van de fokkerij van het ras.

Artikel 10

Bij de keuzen van een fokcombinatie dient zorgvuldig rekening te worden gehouden met afwijkingen die mogelijk een erfelijke component hebben, Het fokkerijbeleid dient gericht te zijn op het terugdringen van deze afwijkingen.

Artikel 11 VERVALLEN

Artikel 12

Om de fokwaarde van een individuele hond zo goed mogelijk te kunnen beoordelen, dient door of namens het bestuur te worden gestimuleerd dat van vaker gebruikte dieren zoveel mogelijk nakomelingen worden gekeurd.

Artikel 13

Alle fokcombinaties, ook die waarvoor geen advies is gevraagd, dienen bij de FAC te worden aangemeld.

Artikel 14

Alle gefokte nesten worden in het clubblad gepubliceerd

Artikel 15

Fokkerijgeschillen worden voorgelegd in eerste instantie aan de Fokkerijcommissie en in tweede instantie aan de Geschillencommissie.

Artikel 16

Pupinformatie wordt slechts verleend indien de aanvrager (de eigenaar van de teef) op het moment van aanvraag gedurende minimal 90 dagen lid was van de vereniging en aan de verplichtingen samenhangend met dat lidmaatschap heeft voldaan. Zulks ter beoordeling van het bestuur.

Deze aanvulling op het Fokreglement is aangenomen op de ALV van 13 juni 2003.


SUBREGLEMENT E

Aanvulling FOKREGLEMENT

Artikel 1

1.1 Het fokreglement geeft richtlijnen voor de fokkerij van de drie varieteiten van de Hollandse Herdershond. Het fokkerijbeleid wordt door het NHC-bestuur geformuleerd op advies van de Fokkerijcommissie

Artikel 2

2.1 Leden van de NHC die willen fokken, kunnen zich voor advies wenden tot de FAC van de betreffende variëteit.
2.2 Fokadviezen dienen schriftelijk te worden aangevraagd en worden schriftelijk gegeven.
2.3 De eigenaar van een teef dient tenminste een maand van tevoren door middel van de daarvoor in de vereniging gangbare formulieren de voorgenomen dekking te melden aan de desbetreffende FAC.

Artikel 3. Fokkerij

3.1. De reu mag maximaal drie maal per 24 maanden een nest voortbrengen. De teef mag maximaal twee maal per 24 maanden een nest voortbrengen.
3.2 De dekking dient bij voorkeur een natuurlijk verloop te hebben.
3.3. Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als ouder-kind of als (half)broer/(half)zuster. Hierop kan door de Fokkerijcommissie van de rasvereniging dispensatie worden verleend, na gedaan verzoek door de fokker.
3.4 De combinatie van dezelfde reu en teef (herhalingscombinatie) is niet toegestaan binnen 30 maanden na de geboorte van het nest. Indien kan worden aangetoond dat met minder dan 3 nakomelingen uit deze combinatie is gefokt kan een herhalingscombinatie worden toegestaan, e.e.a. uitersluitend in overleg met de FAC.
3.5 Om de fokwaarde van een individuele hond zo goed mogelijk te kunnen beoordelen, dient door of namens het bestuur te worden gestimuleerd dat zoveel mogelijk nakomelingen worden gekeurd.

Artikel 4. Gezondheid

4.1 Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal.
4.2 Bij de keuzen van een fokcombinatie dient zorgvuldig rekening te worden gehouden met afwijkingen die mogelijk een erfelijke component hebben, Het fokkerijbeleid dient gericht te zijn op het terugdringen van deze afwijkingen
4.3 Voor de Hollandse Herdershond ruwharig voordat er mee gefokt kan worden dient een onderzoek naar goniodysplasie te zijn verricht. Dit onderzoek dient te zijn verricht door een door de Raad van Beheer aangewezen instantie of dierenarts of, voor in het buitenland geregistreerde honden, een door de FCI erkende instantie of dierenarts

Artikel 5 Exterieur.

5.1 Beide ouderdieren dienen in het algemeen, aan de rasstandaard te voldoen. De hond dient gezien te zijn door een erkend raskeurmeester.
5.2 Van het gestelde in artikel 5.1 kan worden afgeweken als de Fokkerijcommissie dit in het belang acht van de fokkerij van het ras.


Artikel 6 Geschillen

6.1 Fokkerijgeschillen worden voorgelegd in eerste instantie aan de Fokkerijraad en in tweede instantie aan de Geschillencommissie.

SUBREGLEMENT F

KRINGGROEPEN REGLEMENT

Artikel 1: Naamgeving

De Kringgroep kan haar naam kiezen uit:

a. De naam van de plaats van vestiging

b. De naam van de locatie, waar zij haar werkgebied heeft (streek, provincie, landsdeel).

Artikel 2: Doel

De Kringgroep stelt zich ten doel de leden van de N.H.C. in haar werkgebied, met inachtneming van artikel 9 van de Statuten van de N.H.C. en artikel 19 van het daarbij behorende Huishoudelijk Reglement, te verenigen teneinde:

a. Door het ontwikkelen van activiteiten op opvoedings-, gehoorzaamheids- en africhtingsgebied het aanzien
en de gebruikswaarde van de Hollandse Herdershond te bevorderen;

b. Africhtingsexamens en -wedstrijden zoals omschreven in de reglementen van de Commissie Werkhonden
en de Koninklijke Kennelclub Cynophilia te organiseren en haar leden tot deelname hieraan te stimuleren;

c. Door het geven van lezingen, demonstraties e.d. de kennis van haar leden op kynologisch- en
africhtingsgebied te verhogen.

Artikel 3: Rechtspositie van de Kringgroep

a. Een Kringgroep heeft de status van een zelfstandige vereniging en dient als zodanig te voldoen aan het
gestelde in het Verenigingsrecht (Statuten, inschrijving bij de Kamer van Koophandel).

b. De erkenning als N.H.C.-Kringgroep is voorbehouden aan het N.H.C.-bestuur, ingevolge de Statuten van
de N.H.C.

c. Het intrekken van de erkenning is eveneens voorbehouden aan het N.H.C.-bestuur.

d. De N.H.C. heeft geen bevoegdheid inzake de ontbinding van de Kringgroep als vereniging.

e. De N.H.C. kent een vademecum waarin procedures en uitvoeringsaspecten t.a.v. kringgroepen zijn
geregeld.

Artikel 4: Aanvraag erkenning N.H.C.-Kringgroep

Personen, leden van de N.H.C., die een Kringgroep willen gaan vormen, dienen een aanvraag tot erkenning in bij het N.H.C.-bestuur conform de daartoe gestelde eisen in het Vademecum.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van:

a. Een voorlopige ledenlijst van tenminste 7 N.H.C.-leden, die ieder als (hoofd)eigenaar met minstens één Hollandse herdershond zijn toegetreden;

b. Een opgaaf van het voorlopig bestuur;

c. De naam welke men de Kringgroep wil geven;

d. De plaats van vestiging en de ligging van het oefenterrein waarover men kan beschikken.

Artikel 5 Voorlopige erkenning N.H.C.-Kringgroep

a. Nadat het N.H.C.-bestuur heeft vastgesteld dat er geen bezwaren zijn tot honorering van de aanvraag,
verleent zij een voorlopige erkenning en wordt van e.e.a. mededeling gedaan in het N.H.C.-clubblad. De
Kringgroep wordt alsdan benoemd als :”Kringgroep in oprichting (i.o.)”.

b. Een voorlopige erkenning wordt in principe voor de duur van één jaar verleend. Deze termijn kan op
aanvraag van de Kringgroep (i.o.) door het N.H.C.-bestuur worden bekort of verlengd.

c. Een Kringgroep (i.o.) is niet gerechtigd officiële examens/wedstrijden te organiseren.

d. Indien het N.H.C.-bestuur vaststelt dat er bezwaar bestaat tegen de voorlopige erkenning dan wordt dit de
aanvragers binnen twee maanden schriftelijk kenbaar gemaakt onder opgave van reden. Aanvragers kunnen
eventueel in beroep gaan bij de Geschillencommissie.

Artikel 6 Erkenning N.H.C.-Kringgroep

a. Op of omstreeks de datum van het verstrijken van de voorlopige erkenning dient het voorlopige bestuur
van de Kringgroep i.o. een aanvraag tot erkenning in bij het N.H.C.-bestuur onder overlegging van de
concept-statuten van de Kringgroep conform de daartoe vastgelegde procedure in het vademecum..

b. Indien het N.H.C.-bestuur vaststelt, dat de aanvraag tot erkenning niet gehonoreerd kan worden, dan wordt
dit de Kringgroep (i.o.) binnen twee maanden schriftelijk kenbaar gemaakt. De Kringgroep (i.o.) kan zich
desgewenst verweren tegen deze afwijzing door de bemiddeling van de Geschillencommissie van de
N.H.C- in te roepen.

Artikel 7. Intrekking erkenning N.H.C.-Kringgroep

Indien het N.H.C.-bestuur besluit dat tot intrekking van de erkenning moet worden overgegaan, doet zij daarvan onder opgave van reden, schriftelijk mededeling aan de betreffende Kringgroep. De Kringgroep kan zich verweren tegen een dergelijk bestuursbesluit door bemiddeling van de Geschillencommissie van de N.H.C. in te roepen.

Het N.H.C.-bestuur kan besluiten tot intrekking van het recht op erkenning:

a. Indien een Kringgroep gedurende een aaneengesloten periode van twee jaren zijn activiteiten aanwijsbaar
niet- of in zeer onvoldoende mate heeft gericht op het bevorderen van het aanzien en de gebruikswaarde
van de Hollandse Herdershond;

b. Indien een Kringgroep blijk geeft de N.H.C.-Statuten, c.q. de bijbehorende reglementen opzettelijk te
negeren;

c. Indien een Kringgroep het aanzien van de N.H.C. schaadt.

Artikel 8. Lidmaatschap

a. Het lidmaatschap van de kringgroep wordt onderscheiden in:

(1) (gewoon) lidmaatschap;

(2) buitengewoon lidmaatschap;

(3) donateurs.

b. Als gewoon lid van een N.H.C.-Kringroep kunnen slechts personen toetreden die lid, gezins- of jeugdlid zijn van de N.H.C.

c. Als buitengewoon lid van een N.H.C.-Kringgroep kunnen slechts personen toetreden, die uitsluitend met andere honden dan Hollandse Herdershonden aan de Kringgroeptrainingen zullen deelnemen. Dit is ook van toepassing indien zij NHC-lid of NHC-gezins-/jeugdlid zijn.

d. Personen die zowel met een Hollandse Herdershond als met een “andere” hond aan de trainingen deelnemen, treden toe als gewoon lid;

e. Personen die niet aan het gestelde in 8b of 8c voldoen kunnen slechts als donateur toetreden.

Artikel 9. Rechtspositie buitengewone leden

De rechten van buitengewone leden dienen beperkt te zijn. In ieder geval zodanig dat:

a. Zij geen stemrecht hebben in aangelegenheden die betrekking hebben op doel, Statutenwijziging en
ontbinding van de Kringgroep;

b. Zij niet tot voorzitter of secretaris van de Kringgroep kunnen worden benoemd.

Artikel 10. Toelating buitengewone leden

Het aantal toe te laten buitengewone leden is afhankelijk van het percentage toe te laten andere honden dan Hollandse Herdershonden. Dit percentage wordt jaarlijks door het N.H.C.-bestuur in overleg met de Kringgroepbesturen vastgesteld.

SUBREGLEMENT G

GEDRAGSCOMMISSIE

Artikel 1

De gedragscommissie houdt zich bezig met het gedrag van de Hollandse Herdershond in het algemeen. Zij voert beslissingen van het bestuur en besluiten van de Algemene Ledenvergadering ten aanzien van gedragsaspecten uit of bereidt deze voor.

Artikel 2

De gedragscommissie bestaat uit 3 personen. De voorzitter wordt op voordracht van het bestuur in functie gekozen. De commissie kan zich in haar taken tijdelijk laten bijstaan door externe deskundigen.

Artikel 3

De gedragscommissie is een permanente commissie zoals bedoeld in artikel 8 van de statuten en handelt als zodanig volgens het gestelde in subreglement A.

Artikel 4

Leden van de gedragscommissie dienen geselecteerd te worden op hun kennis van het gedrag van honden in het algemeen en de Hollandse Herdershond in het bijzonder. Gedragscursus certificering strekt tot aanbeveling.

Artikel 5

Indien geen bestuurslid zitting heeft in de gedragscommissie, is een bestuurslid bij de vergaderingen aanwezig als trait d’union tussen bestuur en commissie.

Artikel 6

De gedragscommissie adviseert het bestuur zowel gevraagd als ongevraagd omtrent zaken het gedrag van de Hollandse Herder betreffende.

Aldus vastgesteld op de Algemene Ledenvergadering van 2 december 1990

Fokreglement vastgesteld op de Algemene Ledenvergadering van 28 mei 1994

Pupinformatiereglement vastgesteld op de Algemene Ledenvergadering van 29 november 1997

Artikel 16 Pupinformatie vastgesteld op de Algemene Ledenvergadering van 13 november 1999

Kringgroepreglement vastgesteld op de vergadering van 17 juni 2000.

Gedragscommissiereglement vastgesteld op de vergadering van 23 november 2000.

Bijvoegsel bij het Huishoudelijk Reglement van de Nederlandse Herdershonden Club.

1. Wegens het 100-jarig bestaan op 12 juni werd de NHC onderscheiden met de Koninklijke Erepenning.

2. De afbeelding van de Koninklijke Erepanning wordt uitsluitend aangebracht op het officiële briefpapier van de NHC.

3. De Koninklijke Erepenning bevindt zich onder het peroonlijk beheer van de voorzitter van de NHC.

4. Eveneens beheert de voorzitter van de NHC persoonlijk de bij de Koninklijke Erepenning behorende bescheiden t.w.:

- het Koninklijk Besluit d.d. 27 april 1998;

- de Oorkonde;

- de Verklaring van kennisname (nr. B254);

- Normblad voor het gebruik van de afbeelding.

5. De Koninklijke Erepenning en de daarbij behorende bescheiden dienen bij elke beëindiging van het voorzitterschap te worden overgedragen overeenkomstig het gestelde in artikel 7 van het

Aldus vastgesteld op de Algemene Leden Vergadering van 13 november 1999 en aangevuld/gewijzigd op de Algemene Leden Vergadering van 18 november 2000
SE&O


16 december 2009
Vereniging

^ Terug naar boven

Rasvereniging voor
Kortharige,
Langharige en
Ruwharige
Hollandse Herders

afbeelding raad van beheer


Login